In 'De Biologie van de Overtuiging' van Bruce Lipton wordt in de epiloog gesproken over het mogelijke bestaan van zogenaamde identiteitsreceptoren (HLA-systeem, Human Leukocytic Antigen System). 

Iedere cel zou een eigen unieke configuratie hebben. Lipton speelt met de mogelijkheid dat deze persoonsunieke receptoren werken als een soort van ontvangststation of antenne van informatie die van 'buiten' komt. 

In deze bijdrage wil ik een stukje citeren over de effecten van een hart- en longoperatie op een vrouw, Claire Sylvia genaamd. 

Zij begon spontaan voorkeuren te vertonen die ze voorheen niet had. Zou het zo kunnen zijn dan de unieke celreceptoren nog gedeeltelijk waren afgestemd op het veld van de donor?

Hier volgt het citaat (pp.212-213):

"Aanwijzingen die steun verlenen aan mijn overtuiging dat iemands 'uitzending' zelfs na de dood nog steeds doorgaat, is afkomstig van transplantiepatiënten die verklaren dat hun nieuwe organen gepaard gaan met gedragsmatige en psychologische veranderingen. 

Een conservatieve gezondheidsbewuste vrouw uit New England, Claire Sylvia, was stomverbaasd toen ze na haar hart-long-transplantatie zin in bier en kipnuggets kreeg en belangstelling voor motorfietsen vertoonde. Sylvia sprak met de familie van de donor en ontdekte dat zij het hart had gekregen van een achtienjarige motorliefhebber die van kipnuggets en bier hield.

In haar boek A Change of Heart vertelt Sylvia over de ervaringen van haar persoonlijke transformatie, alsmoede over soortgelijke ervaringen van andere patiënten in haar praatgroep van transplantatiepatiënten. [Sylvia & Novak, 1997]"
  
Illustratie afkomstig van Verblijf op Aarde